De (alleen geboren) tweeling

In de drieluik schreef ik dat de belangrijkste binding de binding met de moeder is. Een baby wordt, na negen maanden in haar baarmoeder, in symbiose met haar geboren. De moeder is voor een baby alles, het universum. Die symbiose stopt wanneer een kind gaat kruipen en ontdekt dat het ook bij de moeder weg kan gaan (en terug kan komen).

De tweeling, een diepe verbinding

Ook is er nog de binding met jezelf, die zou het allersterkste (en het allerbelangrijkste) moeten zijn, maar die (ver)binding voelen we als volwassenen niet altijd. We zijn vaak beter – vanuit een dynamiek van vroeger – in het zorgen voor een ander dan in het zorgen voor onszelf. Ook dit is een terugkerend thema in familieopstellingen, maar daarover schrijf ik vast ook nog eens.

Er is één andere (ver)binding die ik moet benoemen, die nog sterker is dan die met de moeder en dat is die van een twee- of meerling. Samen in mama’s buik en samen ter wereld komen. De binding tussen tweelingen mag ik daarom niet vergeten. In opstellingen zie je dat deze binding een heel hechte is.

Alleen geboren tweeling

In familieopstellingen kom je ook soms het fenomeen alleen geboren tweeling tegen. Een alleen geboren tweeling is iemand die de baarmoeder deelde met een broertje of zusje dat vroegtijdig is overleden waarna slechts één kind levend ter wereld kwam. Dit prenatale verlies (ook wel een ‘vanishing twin’ genoemd) treft naar schatting 1 op de 10 zwangerschappen.

Een zwangerschap begint dan met twee of meer baby’s in de buik, maar in 90% van de gevallen overlijdt een kindje (of meerdere) in een vroeg stadium. Vaak zelfs nog vóórdat de eerste echo heeft plaatsgevonden, dus zonder dat een moeder zich daarvan bewust is, laat staan de volwassene later. Je zou verstandelijk zeggen dat het, omdat het gebeurt in zo’n vroeg stadium, bijna geen invloed kan hebben. Uit familieopstellingen zien we echter dat dit iemand op veel manieren kan beïnvloeden. Alles wat het kindje (en later de volwassene) wil, is onbewust terugkeren naar die eenheid met het broertje of zusje.

Kenmerken kinderen

Uit familieopstellingen komt naar voren dat dit veelal kinderen zijn die:

  • Als baby veel gehuild hebben;
  • Zich niet vermaken kunnen, want met wie hij het liefst wil spelen, is er niet meer;
  • Vaak praten over ‘ingebeelde’ speelvriendjes of vriendinnetjes of zelfs praten over het broertje of zusje;
  • Niet alleen in slaap kunnen vallen;
  • Een lage eigenwaarde hebben zonder dat je als ouder snapt waarom;
  • Het gevoel hebben in de steek gelaten te zijn of te worden en een angst hebben om alleen te zijn of alleen dingen te ondernemen;
  • Een groot appel doen op een later geboren broertje of zusje of
  • Zich zélfs buiten het leven plaatsen.

Ook kan het zijn dat een later geboren broertje of zusje verbonden raakt met het overleden tweelingbroertje of zusje. Binnen het systemisch werk noemen we dit een verstrikking.

Kenmerken volwassenen

Bij volwassenen zie je dat:

  • Er een neiging is om zich buiten het leven te plaatsen of niet werkelijk het gevoel hebben te (willen) leven;
  • Ze nog steeds het gevoel hebben op zoek te zijn naar zichzelf of ‘iets’
  • Ze het gevoel hebben dat ze zichzelf hun hele leven al kwijt zijn;
  • Er sprake is van onverklaarbare schuldgevoelens of
  • Een verlangen hebben naar eenheid die verstandelijk niet uit te leggen is.

Ik heb meerdere keren een familieopstelling meegemaakt waar de vraaginbrenger (ouders die een vraag inbrachten voor een kind of een volwassene zelf) totaal niet bewust was van het feit dat het kind, of hij of zij, ooit onderdeel was van een tweeling. Dat wat een opstelling vervolgens toont, is ontroerend en indrukwekkend, zowel voor de vraaginbrenger als voor representanten.

Voorbeelden van opstellingen

Over het algemeen genomen ben ik als begeleider – op het moment van opstellen – volledig aanwezig en kan ik me in veel gevallen een opstelling achteraf niet meer (goed) herinneren. Dat is geen desinteresse, het is aanwezig zijn in het moment en dat moment vervliegt (kennelijk). De opstellingen echter, van alleen geboren tweelingen laten op mij altijd een diepe indruk achter. Een aantal ervan kan ik me jaren later nog helder voor de geest halen. Om je een beeld te geven:

  • Een opstelling van een kind dat zich slecht alleen kon vermaken en nooit alleen in slaap wilde vallen. Papa of mama moest er uren naast zitten. Dit ontvouwde zich tot een opstelling waaruit bleek dat het een zusje had gehad. Het kind wilde niets liever dan terug zijn bij het zusje.
  • Een opstelling van een volwassene, die begon met een vraag over niet het gevoel te hebben volop in het leven te staan, ontvouwde zich op eenzelfde manier. De vraaginbrenger was zichtbaar, op een diep niveau, verbonden met een tweelingbroertje of -zusje. Heel indrukwekkend.

Zeker weten doen we het natuurlijk nooit, maar wat zich toont in een opstelling kan bijna niet anders uit te leggen zijn dan zo.

Systemische zinnen (zinnen die de ziel raken)

Door bepaalde zinnen uit te spreken naar het broertje of zusje, kan de vraaginbrenger deze binding een plaats geven, los laten en ‘wat van het leven maken’. Afhankelijk van de context gaat het dan om zinnen als:

  • Het was jouw lot om te sterven. Het was mijn lot om te leven.
  • Jij bent dood en ik leef.
  • Je hebt een grote plek in mijn hart en ik ga wat van mijn leven maken, daarmee eer ik jou het meest.
  • Wanneer mijn tijd gekomen is, en niet eerder, dan kom ik naar je toe.
  • Van mij uit mag je helemaal dood zijn
  • Jij hebt een hele grote plek in mijn hart en in mijn hart leef je verder.

Raakt dit je, wekt het iets bij je op of wil je hier meer over weten? Bel of app me gerust. Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogs, abonneer je dan op mijn Whatsappkanaal.

Leestip: Het drama in de moederschoot, waarvan hieronder een deel van de samenvatting:

Vanaf het eerste moment van de conceptie krijg je als mens in wording alles mee wat er om je heen gebeurt. Het lichaamsbewustzijn slaat alle ervaringen op. Je kunt waarnemen hoe je ouders met elkaar omgaan en hoe je moeder zich voelt. Wanneer je niet alleen bent in de baarmoeder, kun je je broertje of zusje gewaarworden. Je hoort zijn of haar hart kloppen, je ervaart hoe jullie allerlei bewegingen maken en samen spelen in de oceaan van het vruchtwater. Dan groeit de ander opeens niet meer. De harttonen worden steeds zwakker en de foetus sterft. Na je geboorte ligt er een sluier van vergetelheid over alles wat je voor die tijd beleefd hebt. Is alles wat je toen ervaren hebt echt spoorloos verdwenen?

Als je googelt op ‘alleen geboren tweeling’ dan kom je veel verhalen en ervaringen tegen.