In z’n algemeenheid breng je bij een familieopstelling een vraag in over iets waar je tegenaan loopt. Niet iedereen, merk ik, heeft een helder beeld waarvoor je een opstelling precies in kunt zetten om inzicht te krijgen in wat er in de onderstroom mogelijk speelt.
Je kunt een opstelling gebruiken om inzicht te krijgen in allerlei thema’s, zoals:
- Strubbelingen binnen je familie/gezin (of bijvoorbeeld met je ex);
- Iets waar je zelf mee worstelt of wanneer je het gevoel hebt dat je vastzit in een hardnekkig patroon waar je zelf niet uit lijkt te komen);
- Vragen rondom thema’s als werk, geld of gezondheid (daarmee is het woord ‘familieopstelling’ vaak wat verwarrend).
Mogelijke vragen
Hieronder schets ik een aantal concrete vragen van opstellingen uit de afgelopen jaren, met af en toe (cursief) enige uitleg. Wat niet wil zeggen dat deze uitleg kloppend is voor het thema waar jij mee worstelt, want geen opstelling is hetzelfde. Dat wat zich toont in een opstelling is jouw innerlijke beeld en dat is voor iedereen anders. Wel geeft het je een mogelijk beeld waar iets vandaan kan komen:
- Ik zet mezelf vaak op een laatste plaats, anderen zijn altijd belangrijker (als een kind bijvoorbeeld voor (een van) de ouders heeft gezorgd, bewust of onbewust, dan is dat de dynamiek die het kent: voor anderen zorgen).
- Ik heb heel mijn leven al het gevoel dat ik nergens bij hoor, ik voel me vaak buitengesloten.
- Ik heb last van het oordeel van anderen (en heb daarnaast vaak een oordeel over mezelf) (mogelijk werd er in het familiesysteem veel geoordeeld).
- Ik heb een burn-out en/of ben depressief (de belangrijkste verbinding is die met jezelf, maar vaak zijn we verloren, die verbinding weer voelen in een opstelling kan helend zijn).
- Ik kan mezelf niet zijn, ook wanneer het veilig is, moet ik altijd een drempel over.
- Ik ben ongelukkig in mijn werk en weet niet of ik moet blijven of weggaan (voor jezelf kiezen is voor velen het lastigste dat er is; liever kiezen we voor zekerheid, veiligheid en/of loyaliteit naar een ander dan ons hart te volgen en loyaal te zijn aan onszelf (en dat, dat kende ik zelf ook zo goed)).
- Ik ben bang om dingen te doen. Ik doe ze wel, maar toch… het zit me altijd in de weg.
- Ik geef nieuwe relaties geen kans, ik ben nog (teveel) verbonden met mijn ex.
- Mijn broer is verslaafd en ik weet niet wat ik ermee moet: helpen of afstand nemen. (De vraag is altijd of ‘helpen’ iemand sterker of zwakker maakt. Vaak eer je iemand het meest door iemand zijn of haar lot zelf te laten dragen, hoe moeilijk het ook voor je is om te zien dat het een ander slecht gaat.)
- Ik heb een heel moeizame relatie met mijn vader (of moeder of broers en zussen).
- Ik ben heel competitief, ik wil altijd de beste zijn, het mag wel wat minder (want ik wil ook een leuk leven hebben, in plaats van altijd maar strijd, hard werken en excelleren).
- Ik heb long-covid (CVS, ME, …) en dat belemmert mij in alles (in wezen kan je elke ziekte opstellen).
- Het loopt stroef binnen ons (samengesteld) gezin, er is veel ‘gedoe’ tussen de kinderen en ruzies tussen ouders en kinderen.
- Mijn kind heeft een eetstoornis (er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een ‘verstrikking’ met iemand uit een eerdere generatie waar het niet goed mee ging en waar het kind zich in de onderstroom mee verbonden voelt, zie uitleg hieronder).
- Ik ben heel onzeker (in z’n algemeenheid en vooral in mijn nieuwe relatie).
- Mijn kind worstelt en is ongelukkig/boos/agressief. Ik wil hem of haar graag helpen, maar ik weet niet hoe en/of ik begrijp niet waar het vandaan komt.
- Mijn dochter heeft moeite om in slaap te vallen, we moeten er vaak uren bij zitten (Lees deze blog eens).
- Ik vind het lastig om grenzen te stellen, privé en/of in mijn werk.
- Ik ben geadopteerd en heb nooit het gevoel ‘dat ik er bij hoor’.
- Mijn kind is heel angstig. Ik probeer hem/haar erover heen te helpen, maar het gaat niet.
- Ik voel me eigenlijk mijn hele leven al eenzaam of heb mijn hele leven al het gevoel dat er iets mist. (Lees deze blog eens).
- Mijn relatie loopt niet van een leien dakje, we willen graag bij elkaar blijven, maar ik heb er een hard hoofd in.
- Er zijn terugkerende strubbelingen binnen mijn familie waar ik last van heb.
- Ik heb niet het gevoel dat ik mijn leven leef. Ik zou er meer uit kunnen halen, dat weet ik, maar ik weet niet hoe (soms kan je ‘verstrikt’ zijn met iemand uit een eerdere generatie of ben je onbewust loyaal aan een overleden broertje of zusje; ook kan het zijn dat de vraaginbrenger bijvoorbeeld in een couveuse heeft gelegen en er sprake is geweest van een onderbroken verbinding met de moeder).
- Ik zorg altijd voor anderen, maar vergeet mezelf.
- Ik worstel met een gender- of seksualiteitsthema of mijn kind worstelt met dit thema en ik weet niet hoe ik me daartoe moet verhouden.
- Mijn kinderen willen mij niet zien en daar wil ik graag naar kijken, omdat ik niet begrijp waarom niet (in deze opstelling was het lot van de vader te zwaar voor het kind, ze kon niet naar haar vader kijken; ook kan het zijn dat kinderen onbewust loyaal zijn aan de andere ouder en/of zijn of haar lot dragen).
- Ik worstel met de relatie met mijn broer. We waren altijd dikke vrienden, maar er heeft zich de laatste jaren wat afgespeeld. Dat is uitgepraat, maar er blijft spanning, merk ik.
- Ik heb een bipolaire stoornis.
- Ik heb moeite om mensen te vertrouwen, ik ben altijd argwanend.
- Ik ben gescheiden, de relatie met mijn ex is moeizaam. Dat heeft z’n weerslag op de kinderen en ik zou zo graag willen dat het soepeler liep, met minder strijd (wanneer er strijd is – of zelfs als er geen strijd is – hebben kinderen altijd last van een loyaliteitsconflict).
- Ik verzamel van alles om me heen, ik heb moeite met spullen loslaten.
- Ik heb altijd gedoe met leidinggevenden, misschien moet ik voor mezelf beginnen?
- Ik ben geëmigreerd naar Nederland, maar ik mis mijn vaderland zo en heb enorme last van heimwee (daar waar je geboren bent, is heel belangrijk; een land of een grond is niet zomaar een land of grond, daar liggen je wortels en die wortels erkennen in een opstelling kan heel helpend zijn).
Je ziet, de lijst is eindeloos. Je familieleden (of wie dan ook waaraan je vraag gerelateerd is) hoeven niet bij de opstelling aanwezig te zijn, daarvoor kies ik representanten.
Kinderen en opstellingen
Weet dat je als ouder altijd een opstelling mag doen voor je kind, ongeacht de leeftijd. Meer hierover lees je hier. Je kind hoeft niet aanwezig te zijn, maar dit mag wel (afhankelijk van leeftijd en setting). Bel me gerust even om te overleggen.
Over verstrikkingen
Bert Hellinger is de grondlegger van systemisch werk en familieopstellingen. Hij ontdekte dat kinderen gevoelens of gedragingen overnemen van een ‘verstoten’ persoon binnen de familie uit een eerdere generatie. Dit noemen we een verstrikking. Het woord ‘verstoten’ is meer in de figuurlijk zin van het woord, het kan bijvoorbeeld een overleden kind zijn waar niet meer over gesproken werd, het zwarte schaap van de familie dat buitengesloten werd of iemand die zelfmoord pleegde waar niet over gerouwd is. En vaak, als het zich in een opstelling toont, weten we het gewoon niet.
Je kunt dus gek genoeg een leven lang gevoelens en gedragingen hebben, die in feite niet van jou zijn. Een familieopstelling kan laten zien dat je – volledig onbewust – verstrikt bent geraakt. In een opstelling kan jij je daarvan los maken zodat je je eigen leven kunt gaan leiden. Een verstrikking kan zich uiten in bijvoorbeeld relaties die steeds mislukken, depressiviteit, eetstoornissen, het gevoel hebben dood te willen of een algemeen gevoel hebben dat je nergens bij hoort.
Wil je een vraag inbrengen, check dan de agenda. Wil je graag even sparren over je vraag of kijk je liever in een individuele opstelling naar je vraag, neem dan even contact met me op.